Controle vóór het starten
Loop eerst rond de machine en controleer of borstels, zuigrubbers, slangen en veiligheidsdelen correct gemonteerd zijn. Kijk ook of de tanks schoon zijn en de batterij voldoende geladen is.
- Controleer zichtbare schade en lekkage
- Verwijder losse voorwerpen uit de werkzone
- Gebruik het juiste reinigingsmiddel en doseerniveau
Machine correct instellen
Selecteer een werkprogramma dat past bij de vloer, de mate van vervuiling en de beschikbare droogtijd. Begin met een gematigde waterdosering en borsteldruk en verhoog alleen wanneer het resultaat daarom vraagt.
- Stel rijsnelheid af op de vervuiling
- Voorkom overmatige water- of chemicaliëndosering
- Controleer of de zuigmond volledig contact maakt
Efficiënt en veilig reinigen
Werk in rustige, overlappende banen en houd voldoende afstand van rekken, deuren en voetgangers. Vermijd scherpe stuurbewegingen met het borsteldek omlaag en let op veranderende vloercondities.
- Plan een logische route zonder onnodige keerpunten
- Laat natte zones niet onbeheerd achter
- Stop bij afwijkend geluid, trillingen of foutmeldingen
Afsluiten na gebruik
Leeg en spoel de vuilwatertank, reinig filters en zuigrubbers en zet de machine op de aangewezen laadplaats. Meld schade of verminderde prestaties direct, zodat kleine problemen niet uitgroeien tot stilstand.
- Spoel tanks en afvoerslang
- Reinig borstels, pads en zuigrubbers
- Laad volgens de batterij-instructies